Het klezoorverband is verwant
aan het halfsteensverband en bestaat eveneens uit lagen van vrijwel uitsluitend
strekken. Bij het klezoorverband verspringen de lagen echter slechts een
klezoorlengte in plaats van een halve steen. Op de hoeken wordt aangesloten met
een drieklezoor.
Het staand klezorenverband is een sierverband. Aan het verband zelf wordt weinig
sterkte ontleend door het metselwerk en het gebruik van (drie-)klezoren bij
muurbeëindigingen, op hoeken en tegen muuropeningen brengt een zeker zaag- knip-
of hakverlies met zich mee. Bij staand klezorenverband wordt op een hoek altijd
met een drieklezoor begonnen. De lagen verspringen dan een klezoorlengte die om
de andere laag weer terug verspringt. Zo ontstaat het staand klezoorverband, of
klezoorverband met ‘staande tand’.
Het is ook mogelijk om de lagen steeds in één richting te laten verspringen. Dan
ontstaat het klezoorverband met ‘vallende tand’. Variaties hierop zijn mogelijk
door het ritme van de verspringing met een vast aantal lagen te wisselen
waardoor een zigzag-ritme ontstaat.